Vrijmetselarij

Vrijmetselaars symboliek

Vrijmetselaars symboliek

Vrijmetselarij is een door de eeuwen heen doorgegeven methode om te werken aan het eigen bewustwordingsproces. Met behulp van symbolen die in het kader van verschillende ritualen met elkaar in verband worden gebracht overdenkt men het Ken u zelve. Het doel is het zichzelf beter te leren kennen en je eigen plaats te bepalen ten opzichte van jezelf, de medemens, de kosmos, de natuur of God: het Al.

Vrijmetselaren zoeken naar wat mensen verbindt en willen daar aandacht aan geven en niet naar wat hen scheidt.

De Orde van Vrijmetselaren gaat uit van het bestaan van een de mens en de mensheid voortstuwende wereldorde. Het staat iedere vrijmetselaar vrij het Wezen der Dingen, God, de natuur, op eigen manier te beleven. Dit maakt het mogelijk dat mensen van verschillende religieuze overtuigingen, christenen, moslims, buitenkerkelijken of bijvoorbeeld humanisten lid van dezelfde Orde kunnen zijn.

Vrijmetselaren zijn mensen die op zoek zijn naar antwoorden op de vragen over de wezenlijke dingen van het leven. Zij ontmoeten elkaar in de loge en wisselen van gedachten over allerlei onderwerpen. Zij toetsen hun eigen mening en gedachten aan die van andere vrijmetselaren, die soms zeer uiteenlopende standpunten en overtuigingen hebben. Vrijmetselaren zoeken naar wat mensen verbindt en willen daar aandacht aan geven en niet naar wat hen scheidt.

Over een aantal essentiële punten zijn vrijmetselaren het zeker eens:

  • Alle mensen zijn gelijkwaardig (maar niet gelijk!) en deel van de algemene broederschap der mensen;
  • Ieder mens heeft het recht zelfstandig te zoeken naar waarheid;
  • Ieder mens is verantwoordelijk voor zijn eigen doen en laten;
  • Ieder mens dient met toewijding te werken aan het welzijn van de gehele gemeenschap;
  • Vrijmetselaren streven naar ontwikkeling van al die eigenschappen van geest en gemoed, die de mens en de mensheid kunnen opvoeren naar een hoger geestelijk en zedelijk niveau;
  • Vrijmetselaren streven naar de veelzijdige en harmonische ontwikkeling van de mens en de mensheid.

Vrijmetselaren zijn niet de enigen die deze idealen nastreven en niet de enigen die zoeken naar antwoorden op de vragen des levens. Maar de methode van de vrijmetselarij (met symbolen en ritualen) is wel uniek.

Waar komt de vrijmetselarij vandaan?

Universele menselijke processen als het zoeken naar antwoorden op vragen als: ‘Wie ben ik?’ en ‘Waar kom ik vandaan?’ zijn universeel en van alle tijden.

St. Paul's Cathedral

St. Paul’s Cathedral

Maar hoewel de vrijmetselarij zeker haar wortels heeft in dat universele zoekproces van ‘de Mens’ is het begin van de feitelijke geschiedenis toch niet verder terug te voeren dan de vroege middeleeuwen. Meer dan tweehonderdvijftig jaar actieve geschiedenis behoort tot het fundament van de Orde. Maar ook vandaag de dag is de ‘Orde van Vrijmetselaren’ nog steeds een levend onderdeel van de samenleving. Zo kunnen onzegbare, onuitsprekelijke dingen toch worden geduid en overdacht, en lijken soms zelfs een ogenblik bevattelijk te worden, ook al zijn ze niet in woorden te vangen.

De voorgeschiedenis van de vrijmetselarij kunnen wij zoeken in de Engelse en Schotse bouwgenootschappen van de Middeleeuwen. In oude handschriften, waaronder het zogenaamde Regius Manuscript uit ca. 1390, komen wij al de term ‘freemason’ tegen. In de Middeleeuwen verenigden de werklieden van kathedralen en kerken zich in gilden. Het waren Vrije Metselaren, die niet gebonden waren aan een werkgever, maar konden gaan en staan waar zij wilden. Zij konden elkaar herkennen aan enkele tekens en gebaren. Het was nodig om deze veiligheidsprocedure in te bouwen, want de werklieden reisden van de ene bouwplaats naar de andere, zonder deze afspraken zouden zij door hun gildebroeders niet als één van hen worden herkend en erkend.

In zo’n bouwcorporatie of ‘lodge’ kwam men dus bouwers tegen uit verschillende taalgebieden, uit andere culturen, met andere godsdiensten. Ze hadden één taal gemeen, dat was de taal van de bouwtekening. Om deze geweldige bouwwerken te kunnen bouwen moest men over goed ontwikkelde vaardigheden en over een hoge opleiding beschikken. Wiskunde, rekenkunde, materiaalkennis, constructiekennis, enz. waren absolute vereisten. Bouwlieden en architecten waren naast de geestelijken vrijwel de enigen in het bezit van kennis op niveau. In de 17de eeuw in Engeland werden ook andere mannen dan handwerklieden lid van de “lodges”: deze niet-operatieve ‘accepted masons’ worden ‘speculatieven’ genoemd.

Artes Liberales: de zeven vrije kunsten

Ieder mens heeft het recht zelfstandig te zoeken naar waarheid.

Geometrica, mathematica, astronomica, retorica, grammatica, filosofia en musica werden beoefend waarvan geometrie voor de bouwers de belangrijkste was. Al deze takken van -wat wij nu wetenschap noemen- kwamen bijeen in het ontwerp en de bouw van een kathedraal.

Kennis werd verkregen door een leven lang van studie en kennisoverdracht aan leerlingen en gezellen. De loge, of lodge, werd dus een soort academie, een leerschool, een plaats waar men opgroeide van leerling tot meester. De leden van deze loges genoten in hun tijd groot aanzien. Buiten deze lodges waren wetenschap en kennis grotendeels voorbehouden aan de geestelijkheid en een relatief klein aantal universiteiten.

Na verloop van tijd werden de oorspronkelijke handwerkzaamheden overschaduwd door de onderlinge filosofische contacten. Dus niet alleen: hoe bouwen we een gebouw, maar ook: waarom bouwen we een gebouw. Langzamerhand ontwikkelde zich uit de bouw-beschouwing een levensbouw-beschouwing en vervolgens een levens-beschouwing. “Hoe bouwen we een betere wereld”. De werk- (operatieve) loges verdwenen en maakten plaats voor de meer beschouwelijke of speculatieve loges. Men ging zich richten op een denkbeeldig bouwwerk. Dat werd de denkbeeldige “tempel der mensheid”, die weer symbolisch werd voorgesteld door het enige gebouw dat uitvoerig in de Bijbel werd beschreven; de tempel van koning Salomo.

Sir Isaac Newton

Sir Isaac Newton

Zo vanaf ongeveer 1600 waren vrijwel alle grote wetenschappers, kunstenaars, filosofen en niet te vergeten de hogere adel lid van de loges. Mensen als Isaac Newton, Robert Burns en Sir Cristopher Wren (de architect van de St. Paul’s Kathedraal). Deze mensen waren op hun beurt weer de grondleggers van de Royal Society of Science (1660).

De officiële geschiedschrijving van de moderne vrijmetselarij begint in 1717. Op 24 juni van dat jaar, de dag van de schutspatroon van de bouwers, Johannes de Doper, werd door vier Londense loges de eerste overkoepelende Grootloge gesticht. Voortaan zouden de broederschapgedachte en de ethische en symbolische elementen meer op de voorgrond staan.